Risico's en belangrijke informatie

De definities zoals opgenomen in hoofdstuk 12 “Definities”, gelden onverkort ten aanzien van dit hoofdstuk “Risicofactoren”.

Zij die overwegen om in te schrijven op Obligaties worden aangeraden kennis te nemen van het gehele Informatiememorandum en in elk geval de in dit hoofdstuk 5 weergegeven risicofactoren zorgvuldig in overweging te nemen, alvorens te beslissen over de inschrijving op en de aankoop van Obligaties. Investeren brengt altijd risico’s met zich mee. Er kunnen zich immer onverwachte ontwikkelingen voordoen, die de rendementsontwikkeling negatief beïnvloeden. Dit geldt ook voor investeringen in de Obligaties die worden aangeboden en uitgegeven door de Uitgevende Instelling.

Onderstaande risicofactoren zijn omstandigheden die zich mogelijk zouden kunnen voordoen. De Uitgevende Instelling kan geen uitspraak doen over de mate van waarschijnlijkheid dat deze omstandigheden zich daadwerkelijk voordoen. Het intreden van deze risico’s kan de financiële positie van de Uitgevende Instelling en daarmee de waarde van de Obligaties negatief beïnvloeden.

De continuïteit van de Uitgevende Instelling is afhankelijk van de wijze waarop met genoemde risico’s wordt omgegaan. De in dit hoofdstuk 5 gegeven opsomming van risicofactoren is niet uitputtend en andere factoren, die thans niet bekend zijn bij de Uitgevende Instelling of die de Uitgevende Instelling thans van minder (materieel) belang acht, kunnen mogelijk de financiële positie van de Uitgevende Instelling en daarmee de waarde van de Obligaties negatief beïnvloeden.

De in dit hoofdstuk genoemde risico’s kunnen onderverdeeld worden in drie categorieën, te weten risico’s verbonden aan de aard van de Obligaties (Hoofdstuk 5.1), risico’s verbonden aan de Uitgevende Instelling en de door haar gedreven onderneming (Hoofdstuk 5.2) en overige risico’s (Hoofdstuk 5.3). Deze risico’s worden onderstaand verder beschreven.

5.1 Risico's verbonden aan de aard van de Obligaties

Rentebetalingsrisico op de Obligatielening

Gedurende de Looptijd van de Obligatielening dragen de Obligaties Rente over hun uitstaande Hoofdsom. Deze rentebetalingsverplichting rust op de Uitgevende Instelling. De Rente wordt in beginsel voldaan uit de opbrengst van de Uitgevende Instelling. De Uitgevende Instelling loopt een ondernemersrisico. Het kan door meerdere factoren, waaronder het manifesteren van een of meer van de navolgende risico’s, het geval zijn dat de financiële positie van de Uitgevende Instelling niet toereikend is om geheel of gedeeltelijk aan deze rentebetalingsverplichting te kunnen voldoen. Dit kan een beperking tot gevolg hebben voor de Uitgevende Instelling om aan haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders te voldoen.

Beperkte verhandelbaarheid van de Obligaties

De Obligaties worden niet genoteerd aan een gereglementeerde markt (effectenbeurs) en er zal geen markt in de Obligaties worden onderhouden door de Uitgevende Instelling. De eigendom van de Obligaties kan enkel worden overgedragen door een daartoe bestemde akte en mededeling aan de Uitgevende Instelling. Van de mededeling aan de Uitgevende Instelling wordt melding gemaakt in het Register van Obligatiehouders.

Het risico bestaat dat de Obligaties niet, dan wel beperkt, dan wel niet op het gewenste moment verhandelbaar zijn, doordat een Obligatiehouder die zijn Obligaties wenst te verkopen geen andere (rechts-)persoon vindt die de door hem of haar gehouden Obligatie(s) wil overnemen. Daarmee bestaat het risico dat de Obligatie(s) illiquide zijn.

Waardering van de Obligaties

Het risico bestaat dat gedurende de Looptijd van de Obligaties de waarde van de Obligaties niet objectief, dan wel niet nauwkeurig, dan wel moeilijk te bepalen is, omdat er naar verwachting geen openbare koers voor de Obligaties wordt gevormd en geen andere regelmatige objectieve tussentijdse waardering van de Obligaties plaatsvindt. Tevens bestaat het risico dat in de markt, voor zover sprake zal zijn van een markt voor de Obligaties, een waarde aan de Obligaties wordt toegekend die niet reëel is.

Het risico bestaat dat (bij verkoop van de Obligaties) de Obligaties niet, dan wel beperkt, dan wel niet tegen de gewenste of reële waarde verhandelbaar zijn, doordat een Obligatiehouder die zijn Obligaties wenst te verkopen geen andere (rechts-)persoon vindt die de door hem of haar gehouden Obligatie(s) wil overnemen tegen de gewenste en/of reële waarde hiervan.

Risico van aflossing en vervroegde aflossing

De Looptijd van de Obligaties bedraagt maximaal vijf (5) jaar, voor alle Obligaties te rekenen vanaf de Relevante Uitgiftedatum. De Obligaties zullen worden afgelost tegen hun Hoofdsom, te vermeerderen met de verschenen doch onbetaalde Rente. De aflossingsverplichting rust op de Uitgevende Instelling. Het kan door meerdere factoren, waaronder het manifesteren van een of meer van onderstaande risico’s, het geval zijn dat de opbrengst na uitwinning van de Vorderingen onvoldoende is om de Obligatielening in zijn geheel af te lossen, dat herfinanciering niet (geheel) mogelijk is of dat om een andere reden de financiële positie van de Uitgevende Instelling niet toereikend is om aan (al) haar verplichtingen te kunnen voldoen. In dat geval kunnen de Obligaties in waarde dalen en/of niet of niet volledig worden afgelost op de aflossingsdatum.

De Uitgevende Instelling heeft het recht om na de Aanvangsdatum de Obligaties – ongeacht Relevante Uitgiftedatum – te eniger tijd geheel of gedeeltelijk vervroegd af te lossen, met inachtneming van de ter zake van die Obligaties geldende Obligatievoorwaarden.

Bij vervroegde of voortijdige aflossing van Obligaties bestaat voor de Obligatiehouder het risico dat hij/zij voor het vrijgekomen bedrag niet, dan wel niet tijdig een vergelijkbare en passende herbelegging kan vinden en uiteindelijk met een lager rendement genoegen moet nemen dan het rendement dat de Obligatiehouder behaald zou hebben indien de Obligaties niet vervroegd zouden zijn afgelost.

5.2 Risico’s eigen aan de Uitgevende Instelling en haar onderneming

5.2.1. Risico’s direct verbonden met het financieren van Claims

Risico’s direct verbonden met het financieren van Claims bestaan uit risico’s die rechtstreeks van invloed zijn op de processen van werving, selectie, acceptatie, beheer, procesvoering, treffen van eventuele schikking en uitwinning van Claims.

Risico van vraaguitval

De (internationale) markt voor procesfinanciering vertoont jaarlijkse fluctuaties in het aantal aangeboden Claims. Het risico van vraaguitval bestaat uit het risico dat in de eerste jaren direct na uitgifte van de Obligaties een belangrijke daling optreedt in het aantal nieuw aangeboden Claims die voldoen aan de acceptatiecriteria van de Uitgevende Instelling. Het is daardoor mogelijk dat de Uitgevende Instelling gedurende de Acceptatieperiode minder dan het geprognotiseerde aantal Claims accepteert.

Minder dan het geprognotiseerde aantal Claims accepteren kan er toe leiden dat de geprognotiseerde omzet en winst niet kunnen worden gerealiseerd door de Uitgevende Instelling. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat de Uitgevende Instelling wordt beperkt om haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders te voldoen.

Concurrentierisico

De (internationale) markt voor procesfinanciering is zeer omvangrijk en kent een aantal andere grote (internationale) spelers op de Nederlandse markt, die als directe concurrenten van de Uitgevende Instelling kunnen worden gezien. Het risico bestaat dat deze concurrenten op enig moment succesvoller zijn in het verwerven van Claims. Het is daardoor mogelijk dat de Uitgevende Instelling gedurende de Acceptatieperiode minder dan het geprognotiseerde aantal Claims accepteert of haar Fee percentage moet verlagen.

Minder dan het geprognotiseerde aantal Claims accepteren of het Fee percentage verlagen kan er toe leiden dat de geprognotiseerde omzet en winst niet kunnen worden gerealiseerd door de Uitgevende Instelling. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat de Uitgevende Instelling wordt beperkt om haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders te voldoen.

Concentratierisico

De Uitgevende Instelling zal zich uitsluitend toeleggen op het (doen) investeren in procesfinanciering en zal geen andere activiteiten verrichten waaruit middelen vrijkomen om aan de verplichtingen onder de Obligatielening te voldoen. Eventuele ongunstige resultaten uit haar activiteiten kunnen niet worden gecompenseerd met mogelijk gunstigere resultaten uit andere ondernemingsactiviteiten, nu de activiteiten van de Uitgevende Instelling zich concentreert tot voorgenoemde activiteiten.

De resultaatontwikkeling van de Uitgevende Instelling wordt beïnvloed door de mogelijkheid tot uitwinning en de waarde van (uitsluitend) de Claims. Het is op voorhand niet met zekerheid te zeggen of de aangekochte respectievelijk verworven Claims in zijn geheel kunnen worden uitgewonnen dan wel verkocht tegen een prijs die gelijk is aan de geprognosticeerde opbrengst.

Bovengenoemde risico’s zouden tot gevolg kunnen hebben dat de Uitgevende Instelling wordt beperkt in het nakomen van haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders.

Acceptatierisico

Het voeren van juridische procedures brengt het risico van verlies van een rechtszaak met zich mede. Het acceptatierisico bestaat uit het risico dat de Uitgevende Instelling Claims accepteert die wel voldoen aan haar acceptatiecriteria, maar die uiteindelijk toch niet (kunnen) worden gewonnen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als de bevoegde rechter het feitencomplex van de Cliënt anders interpreteert dan de Uitgevende Instelling en/of haar advocaat, of bijvoorbeeld van mening is dat specifieke rechtsbepalingen wel, of niet, of anders van toepassing zijn dan de Uitgevende Instelling en/of de ingeschakelde advocaat verwachten. Het is op voorhand niet met zekerheid te voorspellen hoe de uitspraak van de rechter zal luiden. Het is daardoor mogelijk dat de Uitgevende Instelling minder dan het geprognotiseerde aantal (of percentage) van de geaccepteerde Claims wint. Het is ook mogelijk dat de Uitgevende Instelling het aantal (of percentage) van de geaccepteerde Claims wel wint, maar dat hierdoor het Claimbelang lager uitkomt dan verwacht. In beide gevallen komen de omzet en winst lager uit dan geprognosticeerd.

Het realiseren door de Uitgevende Instelling van minder omzet en winst dan geprognotiseerd zou tot gevolg kunnen hebben dat de Uitgevende Instelling wordt beperkt om haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders te voldoen.

Uitwinningsrisico

Als de rechter een Claim heeft toegewezen aan de Uitgevende Instelling, dient deze nog te worden uitgewonnen. Het uitwinningsrisico bestaat uit het risico dat de Gedaagde na toewijzing van een Claim, niet of niet volledig of (deels) pas later kan voldoen aan haar betaalverplichting, waardoor de Uitgevende Instelling de haar toekomende Fee en/of Kostenvergoeding Claim geheel of gedeeltelijk als oninbaar moet beschouwen en/of (deels) pas later kan incasseren. Zoals elke onderneming, loopt de Uitgevende Instelling het risico dat een tegenpartij in een situatie kan komen te verkeren dat zij niet (geheel) aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Dit risico kan onder andere bestaan wanneer sprake is van een insolvabele tegenpartij.

Hierdoor kunnen de omzet en winst van de Uitgevende Instelling lager uitkomen dan geprognosticeerd.

Niet-nakoming door Gedaagden van hun financiële verplichtingen jegens de Uitgevende Instelling en/of haar Cliënten, dan wel het niet of niet juist of niet volledig of (deels) pas later nakomen van deze financiële verplichtingen jegens de Uitgevende Instelling en/of haar Cliënten, kan een beperking tot gevolg hebben voor de Uitgevende Instelling om haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders te voldoen.

Kostenrisico

Een juridische procedure kan complexer zijn dan verwacht, bijvoorbeeld doordat de Gedaagde meer verweren naar voren brengt dan verwacht, verzoekt om zeer uitgebreide getuigenverhoren of uitvoerige onderzoeksrapporten van deskundigen naar voren brengt. Dit kan tot gevolg hebben dat de Uitgevende Instelling voor een of meer Claims meer kosten moet maken dan verwacht, bijvoorbeeld doordat de door haar ingeschakelde advocaten meer arbeid moeten verrichten en/of er in opdracht van de Uitgevende Instelling dure onderzoeksrapporten door externe deskundigen moeten worden opgesteld. Het kostenrisico bestaat uit het risico dat de Uitgevende Instelling voor een of meer Claims meer kosten moet maken dan verwacht, resulterend in hogere Directe Claimkosten, waardoor haar winst lager uitkomt dan verwacht.

Hogere Directe Claimkosten dan verwacht, kan een beperking tot gevolg hebben voor de Uitgevende Instelling om haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders te voldoen.

Uitwinningstijdrisico

Nederlandse rechters kunnen (binnen bepaalde grenzen) zelf bepalen in welk tempo zij een juridische procedure willen afwikkelen, of er getuigenverhoren dienen plaats te vinden, of er aanvullende informatie dient te worden overlegd, en bijvoorbeeld of er eerst een poging tot minnelijke schikking moet worden gedaan. Ook kan de Gedaagde een veel omvangrijker en/of veel complexer verweer voeren dan verwacht. In deze (en andere) gevallen kan het langer duren dan verwacht voordat een rechter vonnis wijst. Het Uitwinningstijdrisico bestaat uit het risico dat de Uitwinningstijd langer is dan verwacht, waardoor Directe Claimkosten langer kunnen doorlopen dan verwacht en/of het langer duurt voordat de rechter een Claim toewijst dan verwacht. Als gevolg hiervan kunnen een of meer Claims nog Actief zijn aan het einde van de Looptijd van de Obligatielening.

Door deze factoren kan het nodig zijn dat de Uitgevende Instelling aan het einde van de Looptijd van de Obligatielening voor een of meer Claims liquide middelen dient te reserveren voor het voldoen van toekomstige Directe Claimkosten en/of Beheervergoeding, waardoor de beschikbare liquide middelen aan het einde van de Looptijd van de Obligatielening niet of slechts gedeeltelijk kunnen worden uitgekeerd aan de Obligatiehouders. Ook is het door deze factoren mogelijk dat de Uitgevende Instelling voor een of meer Claims de haar toekomende Fee en/of Kostenvergoeding Claim pas na het einde van de Looptijd van de Obligatielening ontvangt, waardoor Obligatiehouders langer op hun geld moeten wachten dan verwacht.  

Actieve Claims die na het einde van de Looptijd van de Obligatielening doorlopen, kunnen een beperking tot gevolg hebben voor de Uitgevende Instelling om haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders volledig te voldoen op de datum waarop de Obligatielening afloopt.

Hoger beroep risico

Het is mogelijk dat de rechter een Claim toewijst aan de Uitgevende Instelling en/of haar Cliënt, maar in het vonnis de restrictie aanbrengt dat, indien de Gedaagde een eventuele hoger beroep procedure entameert, het Claimbelang niet behoeft te worden uitbetaald aan de Uitgevende Instelling en/of haar Cliënt totdat ook in hoger beroep vonnis gewezen. Het hoger beroep risico bestaat uit het risico dat de Uitgevende Instelling en/of haar Cliënt zich voor een of meer Claims in hoger beroep of in cassatie moeten verweren, resulterend in hogere Directe Claimkosten en een langere Uitwinningstijd. Alle risico’s die zijn beschreven in dit Hoofdstuk 5 doen zich dan opnieuw voor de desbetreffende Claim(s).

Het hoger beroep risico heeft diverse gevolgen. Actieve Claims die na het einde van de Looptijd van de Obligatielening doorlopen, kunnen een beperking tot gevolg hebben voor de Uitgevende Instelling om haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders volledig te voldoen op de datum waarop de Obligatielening afloopt. Ook kunnen de omzet en winst van de Uitgevende Instelling lager uitkomen dan verwacht, hetgeen een beperking tot gevolg kan hebben voor de Uitgevende Instelling om haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders te voldoen, tijdens of na de Looptijd van de Obligatielening.

Tegengesteld belang risico

Op voorhand is niet met zekerheid te voorspellen hoe de uitspraak van de rechter zal luiden. Tijdens de procedure kan de Gedaagde of de Uitgevende Instelling zelf (in overleg met de Cliënt) een voorstel doen om de Claim minnelijk te schikken. Het tegengesteld belang risico bestaat uit het risico dat de Uitgevende Instelling en haar Cliënt op enig moment van opinie verschillen of een procedure moet worden voortgezet of minnelijk moet worden geschikt met de Gedaagde of moet worden beëindigd.

Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat de Uitgevende Instelling het door de Gedaagde aangeboden schikkingsbedrag te laag vindt en wil doorgaan met procederen, maar dat de Cliënt het aangeboden schikkingsbedrag goed genoeg vindt en wil schikken. De Uitgevende Instelling heeft dan het recht om door te gaan met procederen, mits zij op dat moment haar Cliënt het volledige bedrag uitbetaalt dat deze zou hebben ontvangen indien wel zou zijn geschikt (onder aftrek van de Fee en Kostenvergoeding waarop de Uitgevende Instelling in dat geval recht zou hebben). De Uitgevende Instelling zet dan de procedure volledig voor eigen rekening en risico voort. In zo’n geval mag de Uitgevende Instelling het meerdere geheel zelf behouden indien de Claim op een hoger bedrag wordt toegewezen dan het eerdere schikkingsvoorstel. Anderzijds is de Uitgevende Instelling haar investering volledig kwijt (inclusief het aan de Cliënt uitbetaalde schikkingsbedrag) indien de Claim uiteindelijk niet wordt toegewezen. In het laatste geval bestaat het risico dat de Uitgevende Instelling de geprognosticeerde winst niet realiseert. (Overigens is ook de omgekeerde figuur mogelijk waarbij de Cliënt de Uitgevende Instelling afkoopt indien de Cliënt het voorgestelde schikkingsbedrag te laag vindt, terwijl de Uitgevende instelling het aangeboden schikkingsbedrag genoeg vindt).

Het verliezen van een Claim terwijl de Uitgevende Instelling wel al eerder een schikkingsbedrag heeft uitbetaald aan de Cliënt, kan een beperking tot gevolg hebben voor de Uitgevende Instelling om haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders te voldoen.

Verkooprisico

Er is in Nederland geen courante markt voor onderhandse of openbare handel in Actieve Claims. Het verkooprisico bestaat uit het risico dat de Uitgevende Instelling aan het einde van de Looptijd van de Obligatielening niet in staat om Actieve Claims te verkopen, dan wel die slechts kan verkopen tegen een prijs en overige voorwaarden die zij als niet redelijk inschat. Als gevolg hiervan kunnen een of meer Claims nog Actief zijn aan het einde van de Looptijd van de Obligatielening, waardoor de Directe Claimkosten langer kunnen doorlopen dan verwacht en/of het langer kan duren dan verwacht voordat de rechter een Claim toewijst.

Door deze factoren kan het nodig zijn dat de Uitgevende Instelling aan het einde van de Looptijd van de Obligatielening voor een of meer Claims liquide middelen dient te reserveren voor het voldoen van toekomstige Directe Claimkosten en/of Beheervergoeding, waardoor de beschikbare liquide middelen aan het einde van de Looptijd van de Obligatielening niet of slechts gedeeltelijk kunnen worden uitgekeerd aan de Obligatiehouders. Ook is het door deze factoren mogelijk dat de Uitgevende Instelling voor een of meer Claims de haar toekomende Fee en/of Kostenvergoeding Claim pas na het einde van de Looptijd van de Obligatielening ontvangt, waardoor Obligatiehouders langer op hun geld moeten wachten dan verwacht.  

Actieve Claims die na het einde van de Looptijd van de Obligatielening doorlopen, kunnen een beperking tot gevolg hebben voor de Uitgevende Instelling om haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders volledig te voldoen op de datum waarop de Obligatielening afloopt.

Liquiditeitsrisico

Om diverse redenen kan de kasstroom van de Uitgevende Instelling lager uitkomen en/of (deels) later  worden gerealiseerd dan geprognosticeerd. Bijvoorbeeld: er kunnen minder Claims worden geaccepteerd dan verwacht, er kunnen minder Claims worden Gewonnen dan verwacht, het Claimbelang van Gewonnen Claims kan lager uitkomen dan verwacht, de Directe Claimkosten kunnen hoger uitkomen dan verwacht of de Gedaagde kan de Vordering voortvloeiend uit een Gewonnen Claim niet betalen. Als gevolg hiervan ontvangt de Uitgevende Instelling de door haar geprognosticeerde Fees en/of Kostenvergoedingen Claims niet, of voor een lager bedrag en/of (deels) pas op een later moment en/of dient de Uitgevende Instelling meer kosten te betalen dan geprognosticeerd.

Het liquiditeitsrisico bestaat uit het risico dat de Uitgevende Instelling door een of meer van deze oorzaken niet kan voldoen aan haar betaalverplichtingen gedurende en/of aan het einde van de Looptijd van de Obligaties. Alle in dit Hoofdstuk 5 genoemde risico’s maken deel uit van het liquiditeitsrisico.

5.2.2 Algemene operationele risico’s

Operationele risico’s bestaan uit het risico dat vanwege tekortkomingen in de operationele of administratieve processen of IT-systemen met betrekking tot het beheren van Claims de geprognosticeerde omzet, winst en/of kasstroom van de Uitgevende Instelling niet of slechts deels kunnen worden gerealiseerd, zowel tijdens of na de Looptijd van de Obligatielening.

De Uitgevende Instelling is afhankelijk van de bestuursleden

Het functioneren en opereren van de Uitgevende Instelling is onder meer afhankelijk van de specifieke kennis en ervaring van Henk Broeders als bestuurder van de Uitgevende Instelling. Feitelijk is het functioneren en opereren van de Uitgevende Instelling afhankelijk van de specifieke kennis en ervaring van twee natuurlijke personen, die zich ook met de dagelijkse leiding bezig houden. Het wegvallen van Henk Broeders als bestuurder van de Uitgevende Instelling zou kunnen betekenen dat die specifieke kennis en ervaring verloren gaat. Dit kan op de korte en/of lange termijn een negatief effect hebben op de bedrijfsvoering en financiële resultaten van de Uitgevende Instelling.

Dit kan een beperking tot gevolg hebben voor de Uitgevende Instelling om aan haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders te voldoen.

Discontinuïteitsrisico IT-systemen

De door de Uitgevende Instelling gebruikte IT-systemen kunnen kort of langdurig uitvallen. Back-ups kunnen niet of slechts gedeeltelijk gemaakt zijn. Het discontinuïteitsrisico van IT-systemen bestaat uit het risico van kort of langdurig verminderde beschikbaarheid of volledige uitval van software en hardware, waardoor de Uitgevende Instelling de Claims die zij beheert niet of onvoldoende kan volgen. Dit kan ertoe leiden dat de Uitgevende Instelling haar toekomende Fees en Kostenvergoedingen Claims niet of slechts gedeeltelijk incasseert, facturen te laat betaalt waardoor kosten kunnen ontstaan en/of vervaltermijnen van rechtbanken niet goed monitort waardoor Claims verminderd of niet kunnen worden toegewezen.

Dit kan een beperking tot gevolg hebben voor de Uitgevende Instelling om aan haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders te voldoen.

Kort of langdurig verminderde beschikbaarheid of volledige uitval van IT-systemen kan een beperking tot gevolg hebben voor de Uitgevende Instelling om aan haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders te voldoen.

Faillissementsrisico

Voor Obligatiehouders bestaat het risico van faillissement en/of surseance van betaling van de Uitgevende Instelling. Indien dit zich zou voordoen, verwezenlijkt het rentebetalings- en aflossingsrisico (zoals hiervoor is opgenomen).

5.3 Overige risico’s

Fiscaal risico

Door het meerderjarige karakter van de investering kan de invloed van de belastingheffing op de Uitgevende Instelling en de Obligatiehouders substantieel zijn. De Uitgevende Instelling kan geconfronteerd worden met een wetswijziging, nieuwe regelgeving of politieke besluitvorming, die financieel ongunstig voor de Obligatiehouders kan uitvallen. Door het meerjarige karakter van de belegging is de invloed van de belastingheffing op het rendement van de Obligaties onzeker. De fiscale behandeling van een Obligatie of een Obligatiehouder kan in de loop der jaren door wijziging van Nederlandse wetgeving dan wel nieuwe jurisprudentie negatief worden beïnvloed.

Van Oers Accountants en Belastingadviseurs B.V. (de accountant van de Uitgevend Instelling) is aangesloten bij het convenant dat door de SRA met de Belastingdienst is afgesloten. Dit betekent dat er sprake is van een samenwerking tussen de Belastingdienst, de fiscale dienstverlener en de Uitgevende Instelling.”

De fiscale positie van de Uitgevende Instelling waaronder die van de Obligatielening is daarmee in beginsel vooraf afgestemd met de Belastingdienst. Indien de Belastingdienst de gepresenteerde uitgangspunten niet volgt, kan dat leiden tot een negatieve invloed op de bedrijfsresultaten van de Uitgevende Instelling, hetgeen een beperking tot gevolg kan hebben voor de Uitgevende Instelling om aan haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders te voldoen.

Algemene juridische risico’s

De Uitgevende Instelling loopt risico’s wanneer tegen haar een rechtszaak aangespannen wordt, bijvoorbeeld als een Gedaagde van mening is dat deze door de Uitgevende Instelling onjuist is bejegend. Ongeacht of dergelijke vorderingen ontvankelijk zijn, loopt de Uitgevende Instelling de kans om financiële schade te lijden nu de uitkomst van gerechtelijke procedures veelal onzeker is. De verdediging in een dergelijke procedure is kostbaar en deze kosten kunnen vaak slechts ten dele op de wederpartij verhaald worden, zelfs wanneer de Uitgevende Instelling in het gelijk wordt gesteld. Dit risico kan tot gevolg hebben dat de mogelijkheden voor de Uitgevende Instelling om aan haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders te voldoen, beperkt worden.

Politiek

Een onzekere factor is de invloed van de politiek. Onder politieke risico’s worden verstaan risico’s met betrekking tot stabiliteit en legitimiteit van politieke instituten, ordelijke opvolging van de politieke leiders, transparantie bij de economische besluitvorming, nationale veiligheid en geopolitieke risico’s. Genoemde risico’s kunnen een negatieve invloed hebben op de bedrijfsresultaten van de Uitgevende Instelling, hetgeen de Uitgevende Instelling mogelijk beperkt om aan haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders te kunnen voldoen.

Onafhankelijk bestuur van de Stichting Obligatiehouders

De belangen van de Obligatiehouders worden behartigd door de Stichting Obligatiehouders. De rechten van de Obligatiehouders in verband met de zekerheden die in verband met de Obligatielening ten gunste van de Stichting Obligatiehouders zullen worden gevestigd, worden uitgeoefend door de Stichting Obligatiehouders in de mate en op de wijze als nader bepaald in de Trustakte. De Stichting Obligatiehouders zal de zekerheden ten behoeve van de Obligatiehouders houden, beheren en indien noodzakelijk uitwinnen.

De bestuurders van de Uitgevende Instelling zullen geen zitting nemen in het bestuur van de Stichting Obligatiehouders. Een bestuurder van de Stichting Obligatiehouders kan, met inachtneming van het daaromtrent bepaalde in de statuten van de Stichting Obligatiehouders en de Trustakte, door een besluit van het bestuur van de Stichting Obligatiehouders worden ontslagen. Tevens is een bestuurder van de Stichting Obligatiehouders op grond van de Trustakte bevoegd om zijn functie neer te leggen (vrijwillig defungeren) door kennisgeving aan de Stichting Obligatiehouders, Uitgevende Instelling en aan de Obligatiehouders met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste 90 dagen.

Het bestuur van de Stichting Obligatiehouders bestaat uit tenminste een bestuurder. Benoeming van bestuurders geschiedt door het bestuur van de Stichting Obligatiehouders. Echter, indien er geen bestuurders in functie zijn dan is het bestuur onbevoegd om bestuurders te benoemen en dan is de Uitgevende Instelling bevoegd één of meer bestuurders te benoemen. Indien er een vacature is en deze is niet vervuld binnen drie maanden op de wijze als hiervoor beschreven, dan kan de rechtbank op verzoek van iedere belanghebbende één of meer bestuurders benoemen.

Het niet kunnen vinden van een nieuw onafhankelijk bestuur van de Stichting Obligatiehouders of het niet verkrijgen van instemming van de vergadering van Obligatiehouders kan negatieve gevolgen hebben voor de bescherming van de rechten van de Obligatiehouders.

Sheldon Invest maakt gebruik van cookies ter verbetering van uw gebruiksgemak. Meer informatie Accepteer cookies