Wat is werkelijk rendement in box 3?
Werkelijk rendement is alles wat u met uw vermogen in een jaar heeft verdiend én verloren, bestaande uit twee componenten: direct rendement en indirect rendement. Direct rendement is wat u feitelijk ontvangt, zoals rente, dividend, huurinkomsten, pachtopbrengsten of uitkeringen van een beleggingsfonds. Indirect rendement is de waardestijging of -daling van uw bezittingen gedurende dat jaar.
In het kort:
Direct rendement: bedragen die u daadwerkelijk ontvangt, zoals fondsuitkeringen, rente of huurinkomsten.
Indirect rendement: de waardeverandering van uw participaties of andere bezittingen binnen het kalenderjaar.
Saldering: winsten en verliezen worden binnen hetzelfde jaar verrekend; een negatief saldo wordt op € 0 gezet.
Werkelijk rendement staat tegenover het fictief rendement — het vaste percentage waarmee de Belastingdienst traditioneel rekent, ongeacht wat u werkelijk verdient. De forfaitaire methode — de berekening op basis van deze vaste percentages — vervalt bij de keuze voor werkelijk rendement. Daarbij vervalt ook de vrijstelling over een deel van uw vermogen (het zogenoemde heffingsvrij vermogen van € 57.684 per persoon in 2025): de Belastingdienst belast uw totale box 3-vermogen. U betaalt echter nooit meer dan via de forfaitaire methode — de Belastingdienst past automatisch het meest voordelige bedrag toe.
Voor de investeerder in een besloten fonds zijn beide componenten direct herkenbaar. Periodieke uitkeringen tellen als direct rendement. De stijging of daling van de waarde van uw participaties telt als indirect rendement. Het jaarrapport of uitkeringsoverzicht van het fonds is uw primaire bron voor beide.
Hoe berekent u werkelijk rendement in box 3?
Het werkelijk rendement is de optelsom van al uw directe en indirecte inkomsten uit box 3-vermogen over één kalenderjaar. Verlies op het ene bezit verrekent u met winst op een ander — maar uitsluitend binnen hetzelfde jaar. Een negatief saldo mag u niet meenemen naar een volgend jaar.
Direct rendement telt volledig mee: ontvangen rente, dividend, huurinkomsten en uitkeringen van een beleggingsfonds. Indirect rendement telt ook mee: de waarde van uw bezittingen op 31 december minus de waarde op 1 januari. Is de waarde gedaald, dan verlaagt dat uw totale werkelijk rendement.
Kosten zijn grotendeels niet aftrekbaar — geen aan- of verkoopkosten, geen onderhoudskosten. De uitzondering: betaalde rente op een schuld die u in box 3 heeft opgegeven, mag u wel aftrekken.
Voor investeerders in een fonds heeft de berekening een praktische kant. U heeft het jaarrapport van het fonds nodig met daarin de uitkering per participatie (direct rendement) en de begin- en eindwaarde van de participatie (indirect rendement). Voor vragen over uw belastingpositie adviseren wij u een onafhankelijk belastingadviseur te raadplegen.
Wanneer moet u werkelijk rendement doorgeven?
Voor belastingjaar 2025 en later geeft u werkelijk rendement op in uw reguliere aangifte inkomstenbelasting. Voor de jaren 2017 tot en met 2024 doet u dit via een apart formulier.
Voor belastingjaar 2025 en later is het geïntegreerd in uw aangifte. Zodra uw vermogen boven het heffingsvrij vermogen uitkomt, vraagt het systeem automatisch of u ook uw werkelijk rendement wilt opgeven. De Belastingdienst berekent vervolgens beide varianten, forfaitair en werkelijk, en past het voordeligste toe.
Voor belastingjaren 2017 tot en met 2024 vult u het formulier Opgaaf werkelijk rendement (OWR) in via Mijn Belastingdienst. De Belastingdienst stuurt uitnodigingsbrieven in fases, gestart op 8 juli 2025. Praktisch advies: wacht de brief niet af als u verwacht in aanmerking te komen. Dient u het OWR-formulier in vóór de definitieve aanslag wordt opgelegd, dan heeft u mogelijk recht op belastingrente (de vergoeding die de Belastingdienst betaalt over te laat terugbetaalde belasting) over de teruggaaf.
Als fondsdeelnemer heeft u de jaaroverzichten van het fonds nodig per belastingjaar waarvoor u werkelijk rendement opgeeft.
Wat als uw werkelijk rendement lager is dan het fictief rendement?
Dan betaalt u belasting over uw werkelijk rendement, en daarmee minder dan via de forfaitaire methode. Dit is de kern van de tegenbewijsregeling, wettelijk vastgelegd in de Wet tegenbewijsregeling box 3: u heeft het recht aan te tonen dat uw werkelijke inkomsten en waardeveranderingen lager uitvielen dan het vaste percentage waarmee de Belastingdienst rekende.
U betaalt nooit meer dan het forfaitaire bedrag. De regeling werkt eenzijdig: uw belasting gaat omlaag of blijft gelijk.
Wie profiteert het meest? Beleggers met een slecht jaar, met name 2022, toen beurzen fors daalden, hebben via het forfait belasting betaald over rendement dat zij nooit hebben behaald. Voor hen levert de tegenbewijsregeling een directe teruggaaf op. Spaarders profiteren doorgaans minder omdat het forfait voor spaargeld dicht bij de werkelijke spaarrente ligt.
Let op een veelgemaakte misvatting: de definitie van werkelijk rendement onder de tegenbewijsregeling wijkt af van wat u intuïtief zou verwachten. Kosten zijn niet aftrekbaar en verliezen zijn niet overdraagbaar naar een volgend jaar. Ongerealiseerde waardestijgingen (waardestijgingen die op papier bestaan maar waarbij u nog niet heeft verkocht) van uw participaties tellen wél mee, ook als u niets heeft verkocht.
Veelgestelde vragen
Werkelijk rendement is het rendement dat u in een kalenderjaar daadwerkelijk heeft behaald op uw box 3-vermogen, bestaande uit feitelijke inkomsten en waardeveranderingen van uw bezittingen.
Als uw werkelijke inkomsten en waardeveranderingen samen lager uitvallen dan het forfaitaire percentage van de Belastingdienst, dit geldt met name voor beleggers in jaren met een negatief resultaat.
Periodieke uitkeringen die een fonds aan participanten doet, tellen als direct rendement; de stijging of daling van de waarde van uw participaties telt als indirect rendement, beide vindt u terug in het jaarrapport van het fonds.
+31 (0)20 54 737 10
info@sheldoninvest.nl
