Risico's

Zij die overwegen om in te schrijven op Obligaties worden aangeraden kennis te nemen van het gehele Prospectus en in elk geval de in dit Hoofdstuk beschreven risicofactoren zorgvuldig in overweging te nemen, alvorens te beslissen over de inschrijving op en de aankoop van Obligaties. Iedere belegger wordt geadviseerd persoonlijk deskundig financieel-, juridisch- en fiscaal advies in te winnen alvorens zij een investeringsbeslissing neemt.

Beleggen brengt altijd risico’s met zich. Beleggers dienen er rekening mee te houden dat zij de waarde van hun belegging geheel of gedeeltelijk kunnen verliezen. Er kunnen zich altijd onverwachte ontwikkelingen voordoen die de rendementsontwikkeling negatief beïnvloeden. Dit geldt ook voor investeringen in de Obligaties die worden aangeboden en uitgegeven door RWO.

De in dit Hoofdstuk beschreven risicofactoren zijn omstandigheden die zich mogelijk zouden kunnen voordoen. RWO kan geen uitspraak doen over de mate van waarschijnlijkheid dat deze omstandigheden zich daadwerkelijk gaan voordoen. Het intreden van één of meer van deze risico’s kan de financiële positie van RWO en daarmee de waarde van de Obligaties negatief beïnvloeden.

De continuïteit van RWO is afhankelijk van de wijze waarop met genoemde risico’s wordt omgegaan. De in dit Hoofdstuk gegeven opsomming van risicofactoren is niet uitputtend. Andere factoren, die thans niet bekend zijn bij RWO of die RWO van minder (materieel) belang acht, kunnen de financiële positie van RWO en daarmee de waarde van de Obligaties mogelijk negatief beïnvloeden.

De in dit Hoofdstuk hierna beschreven risico’s zijn onderverdeeld in de volgende categorieën:

  • Risico’s verbonden aan de aard van de Obligaties (paragraaf 1);
  • risico’s verbonden aan RWO en de door haar gedreven onderneming (paragraaf 2); en
  • overige risico’s (paragraaf 3).

7.1 Risico's verbonden aan de aard van de Obligaties

Rentebetalingsrisico op de Obligatielening

Gedurende de Looptijd dragen de Obligaties Rente over hun uitstaande Hoofdsom. Deze rentebetalingsverplichting rust op RWO. De Rente wordt in beginsel voldaan uit de financiële middelen die voortvloeien uit de huuropbrengsten onder de Huurovereenkomsten. RWO loopt hierbij een ondernemersrisico. Het kan door één of meer factoren, waaronder het manifesteren van een aantal van de navolgende risico’s, het geval zijn dat de financiële positie van RWO niet sterk genoeg is (bijvoorbeeld te weinig vrije kasstromen) om geheel of gedeeltelijk aan deze rentebetalingsverplichting te kunnen voldoen. Dit kan tot gevolg hebben dat RWO wordt beperkt om aan haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) jegens de Obligatiehouders te voldoen.

Beperkte verhandelbaarheid van de Obligaties

De Obligaties worden niet genoteerd aan een gereglementeerde markt (effectenbeurs) of multilaterale handelsfaciliteit en er zal geen markt in de Obligaties worden onderhouden door RWO. Het is uitsluitend mogelijk de Obligaties onderhands aan andere beleggers te verkopen. Het risico bestaat (bij verkoop van de Obligaties) dat de Obligaties niet, dan wel beperkt verhandelbaar zijn, doordat een Obligatiehouder die zijn Obligaties wenst te verkopen geen andere (rechts-)persoon vindt die de door hem of haar gehouden Obligatie(s) wil overnemen. Als gevolg daarvan kan het aldus zo zijn dat de Obligatiehouders de door hen gehouden Obligaties niet op het door hen gewenste moment kunnen verkopen en daardoor niet liquide kunnen maken.

Waarderingsrisico van de Obligaties

Het risico bestaat dat gedurende de Looptijd de waarde van de Obligaties niet objectief, dan wel niet nauwkeurig, dan wel onvoldoende te bepalen is, omdat er geen openbare koers voor de Obligaties wordt gevormd en geen andere regelmatige objectieve tussentijdse waardering van de Obligaties plaatsvindt aan de hand waarvan een waardebepaling plaats kan vinden. Tevens bestaat het risico dat in de markt, voor zover sprake zal zijn van een markt voor de Obligaties, een waarde aan de Obligaties wordt toegekend die niet reëel is.

Het risico bestaat dat (bij verkoop van de Obligaties) de Obligaties niet, dan wel beperkt, dan wel niet tegen de gewenste of reële waarde verhandelbaar zijn, doordat een Obligatiehouder die zijn Obligaties wenst te verkopen geen andere (rechts-)persoon vindt die de door hem of haar gehouden Obligatie(s) wil overnemen tegen de gewenste en/of reële waarde hiervan. Een gevolg hiervan kan zijn dat de Obligatiehouder de Obligaties niet tegen een reële prijs kan verkopen en deze verkoopprijs (aanzienlijk) lager kan liggen dat de oorspronkelijke aankoopprijs.  

Risico dat Bonusrente niet (volledig) wordt uitgekeerd

De Rente die onder de Obligatielening wordt uitgekeerd bestaat uit een Basisrente en een Bonusrente. De Bonusrente is een rente die pas wordt uitgekeerd indien aan bepaalde voorwaarden is voldoen, namelijk het behalen van nettowinst door RWO in een Boekjaar. Indien RWO niet in staat is gedurende de Looptijd winst te maken of slechts in enkele jaren winst maakt dan wel (zeer) beperkte winst maakt over de gehele Looptijd, kan dit ertoe leiden dat de Bonusrente in één of meer jaren gedurende de Looptijd niet of slechts gedeeltelijk zal worden uitgekeerd. Indien een dergelijk scenario’s zich daadwerkelijk voordoet, zal de Obligatiehouder een lager rendement behalen met haar belegging in de Obligatielening. In het meest negatieve scenario kan het zelfs zo zijn dat gedurende de Looptijd helemaal geen Bonusrente wordt uitgekeerd onder de Obligatielening. Obligatiehouders die hierin beleggen dienen zich goed bewust te zijn van dit risico.

Risico van Reguliere Aflossing

De Looptijd bedraagt (maximaal) tien (10) jaar, voor alle Obligaties te rekenen vanaf de Sluitingsdatum. De Obligaties zullen worden afgelost tegen hun Hoofdsom, te vermeerderen met de reeds opeisbare maar onbetaalde Rente. De aflossingsverplichting rust op RWO. Het manifesteren van één of meer situaties kan ertoe leiden dat RWO niet, al dan niet gedeeltelijk, aan het einde van de Looptijd aan haar verplichting tot Reguliere Aflossing kan voldoen. Er kan onder meer worden gedacht aan de volgende situaties die kunnen leiden tot onvoldoende liquide financiële middelen bij RWO: (i) het manifesteren van één of meer van de risico’s zoals beschreven dit Hoofdstuk; (ii) het niet of niet tijdig kunnen verkopen van voldoende Vastgoedobjecten dan wel niet tegen de juiste prijs kunnen verkopen van Vastgoedobjecten; (iii) het niet succesvol kunnen uitwinnen van één of meer Hypotheekrechten in een uitwinscenario (bijvoorbeeld omdat er te weinig opbrengsten mee worden gerealiseerd); en/of (iv) het niet kunnen herfinancieren van de Obligatielening. Obligatiehouders dienen zich ervan bewust te zijn dat dit risico, al dan niet gedeeltelijk, zich kan verwezenlijken.

Risico dat het Aflossingsverzoek niet door RWO wordt ingewilligd

Gedurende de Looptijd kunnen individuele Obligatiehouders op bepaalde, vooraf vastgestelde momenten een Aflossingsverzoek indienen bij RWO. Dit Aflossingsverzoek heeft betrekking op de aflossing van alle Obligaties die op dat moment door betreffende Obligatiehouder worden gehouden. Het Aflossingsverzoek kan voor het eerst na ommekomst van vier jaar tot en met na ommekomst van negen jaar van de Looptijd, te rekenen vanaf de Sluitingsdatum van betreffende Obligaties, eenmaal per jaar door RWO worden uitgevoerd conform het bepaalde van de Obligatievoorwaarden. RWO is uitsluitend verplicht het Aflossingsverzoek volledig en onvoorwaardelijk te honoreren, en tot aflossing van alle Obligaties van betreffende Obligatiehouder over te gaan op het eerstvolgende Aflossingsmoment, indien de woningmarkt sinds de Sluitingsdatum een waardestijging van ten minste twintig procent (20%) heeft laten zien. Deze waardestijging wordt berekend en vastgesteld aan de hand van de ‘Prijsindex Bestaande Koopwoningen’ van het CBS.

Door ontwikkelingen van deze prijsindex (waardeontwikkelingen bestaande woningen) kan het zijn dat RWO niet verplicht is tot het inwilligen van het Aflossingsverzoek dat door een Obligatiehouder is gedaan. Ondanks dat gedurende de Looptijd op verschillende momenten een Aflossingsverzoek kan worden gedaan door een Obligatiehouder (voor zover deze niet eerder door RWO is ingewilligd), bestaat de kans dat een Aflossingsverzoek gedurende deze periode geen enkele keer wordt ingewilligd omdat telkens niet aan de hiervoor genoemde voorwaarde wordt voldaan. Ondanks dat RWO toch kan besluiten een Aflossingsverzoek vrijwillig in te willigen (discretionaire bevoegdheid), dient een Obligatiehouder er rekening mee te houden dat een Aflossingsverzoek gedurende de Looptijd niet wordt ingewilligd en, als gevolg daarvan, belegt in een Obligatielening met een (looptijd van tien jaar (tenzij RWO gedurende de Looptijd overgaat tot Vervroegde Aflossing). De Obligatiehouder dient zich hiervan bewust te zijn en over een lange beleggingshorizon te beschikken indien zij besluit in de Obligatielening te beleggen.

Het risico van Vervroegde Aflossing

RWO heeft het recht om gedurende de Looptijd, op eigen initiatief tot Vervroegde Aflossing over te gaan, met inachtneming van het daarover bepaalde in de Obligatievoorwaarden. Bij Vervroegde Aflossing bestaat voor de Obligatiehouder het risico dat hij/zij voor het vrijgekomen bedrag niet, dan wel niet tijdig een vergelijkbare en passende herbelegging kan vinden en uiteindelijk met een lager rendement genoegen moet nemen dan het rendement dat de Obligatiehouder behaald zou hebben indien de Obligaties niet vervroegd zouden zijn afgelost.

Risico van onvoldoende onderpand

Ter versterking van de positie van de Obligatiehouders zullen van tijd tot tijd Hypotheekrechten worden gevestigd op de van tijd tot tijd door RWO aan te kopen respectievelijk te verwerven Vastgoedobjecten. Er zullen pas Hypotheekrechten worden gevestigd als de eerste Vastgoedobjecten worden aangekocht met de gelden die door RWO worden opgehaald onder de Obligatielening. Tot het moment van vestiging van de eerste Hypotheekrechten is er geen dekking van de Obligatielening in de vorm van een Hypotheekrecht. Mocht zich in deze tussenliggende periode zich iets voordoen met RWO, dan kunnen Obligatiehouders geen rechten ontlenen aan de Hypotheekrechten. Daarnaast heeft RWO enige tijd nodig om haar portefeuille met Vastgoedobjecten op te bouwen. Derhalve zal het onderpand (in de vorm van Hypotheekrechten) minder waard zijn dan de totale uitstaande Hoofdsom onder de Obligatielening. Indien zich in deze periode bijvoorbeeld een faillissement voordoet van RWO zullen de Obligatiehouders geen of slechts een beperkt deel van de door hun ingelegde Hoofdsom (en eventuele opgebouwde maar nog niet uitgekeerde Rente) terugkrijgen.

Daarnaast bestaat in meer algemene zin het risico dat de waarde van de Vastgoedobjecten waar de Hypotheekrechten op zullen worden gevestigd, op enig moment niet voldoende is om te strekken tot volledige zekerheid voor de nakoming van de verplichtingen van RWO onder de Obligatielening. Bij een daadwerkelijke uitwinning van het onderpand door Stichting Obligatiehouders kan immers blijken dat de Hypotheekrechten onvoldoende waarde vertegenwoordigen om het geheel aan verplichtingen tegenover de Obligatiehouders onder de Obligatielening te kunnen voldoen. Indien er daarnaast Vastgoedobjecten door RWO worden aangekocht voor een prijs die hoger is dan 80% van de marktwaarde, kan dit een negatief effect hebben op de totale waarde van het onderpand. Ook kan het voorkomen dat gedurende de Looptijd Vastgoedobjecten worden verkocht. Stichting Obligatiehouders dient in een dergelijk geval mee te werken met het vrijgeven van het onderpand (de Hypotheekrechten), terwijl de verkoopopbrengsten (zeer waarschijnlijk) niet zullen worden aangewend voor een Vervroegde Aflosing. Het kan zijn dat het totale onderpand dat is gevestigd ten behoeve van de Obligatiehouders hiermee ten opzichte van de totale uitstaande Hoofdsom vermindert en dat de Obligatiehouders als gevolg hiervan minder grip hebben op de opbrengsten die worden gegenereerd met de (tussentijdse) verkoop van de Vastgoedobjecten.

Het intreden van één of meer van de hiervoor genoemde scenario’s zou tot gevolg kunnen hebben dat RWO wordt beperkt in het nakomen van haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) tegenover de Obligatiehouders onder de Obligatielening.

Risico van niet-behalen Minimale Omvang

De Minimale Omvang van de Obligatielening op Sluitingsdatum bedraagt ten minste EUR 1.000.000,-. Het kan voorkomen dat de Minimale Omvang van de Obligatielening op Sluitingsdatum van EUR 1.000.000,- niet wordt gehaald. Dit heeft tot gevolg dat de reeds gedurende de Inschrijvingsperiode aan Obligatiehouders uitgegeven Obligaties  volledig vervroegd worden afgelost door RWO.

Het niet behalen van de Minimale Omvang van de Obligatielening kan aldus tot gevolg hebben dat de Obligatiehouders niet in staat zullen zijn een geprognosticeerd beleggingsrendement voor hun beleggingsportefeuille te behalen, nu in een dergelijk geval de Obligatielening direct weer vervroegd zullen worden afgelost en een belegger niet in staat zal zijn daar een indirect dan wel direct rendement op te maken.

 

7.2 Risico’s eigen aan RWO en haar onderneming

Risico van onvoldoende Vastgoedobjecten

RWO is voornemens Vastgoedobjecten te kopen in een beperkt aantal provincies in Nederland. Het kan voorkomen dat door bepaalde (markt)omstandigheden er slechts een beperkt aantal woningen beschikbaar is die aan de door RWO gestelde selectiecriteria voldoen, waardoor RWO niet kan overgaan tot het aankopen van het gewenste aantal en/of type Vastgoedobjecten. Dit kan ertoe leiden dat er onvoldoende Vastgoedobjecten zijn om te verhuren, wat tot gevolg heeft dat er minder financiële middelen (kasstromen) door RWO kunnen worden gegenereerd om aan de betalingsverplichtingen (betaling van Rente en Hoofdsom) tegenover de Obligatiehouders onder de Obligatielening te voldoen.

Risico van waardedaling Vastgoedobjecten

RWO is van plan de aan te kopen Vastgoedobjecten te laten taxeren door een deskundige. De deskundige bepaalt de marktwaarde van het Vastgoedobject in niet-verhuurde staat. Het kan zijn dat de deskundige die het Vastgoedobject beoordeelt de waarde verkeerd inschat en RWO zich hier vervolgens op baseert bij de aankoop van een Vastgoedobject. In een dergelijk geval verwerft RWO het Vastgoedobject voor een hogere waarde dan de daadwerkelijke marktwaarde. Als RWO vervolgens overgaat tot verkoop van het Vastgoedobject en in deze tussenliggende periode heeft zich geen of onvoldoende waardestijging van het betreffende Vastgoedobject voorgedaan, kan dit resulteren in een lagere verkoopopbrengst dan van tevoren geprognosticeerd en lijdt RWO verlies. Dit heeft negatieve gevolgen voor haar financiële positie, als gevolg waarvan RWO over minder liquide middelen beschikt om haar betalingsverplichtingen (betaling van Rente en Hoofdsom) tegenover de Obligatiehouders onder de Obligatielening te voldoen.

Risico van potentiële tegenstrijdige belangen

Zilver Wonen Beheer voert werkzaamheden voor RWO uit die partijen zijn overeengekomen onder de Beheerovereenkomst. Die werkzaamheden voert Zilver Wonen Beheer ook uit voor Zilver Wonen Fonds C.V., Zilver Wonen Obligatie Fonds B.V., Zilver Wonen Obligatie Fonds III B.V., Zilver Wonen Obligatie Fonds IV B.V., Zilver Wonen Obligatie Fonds V B.V., Zilver Wonen Obligatie Fonds VI en Randstad Wonen Fonds VII. Zilver Wonen Beheer kan daardoor beslissingen nemen die gunstiger zijn voor deze vennootschappen dan voor RWO. Zo kan het naast andere vormen van belangenverstrengeling voorkomen dat Zilver Wonen Beheer vastgoedobjecten voor deze vennootschappen aankoopt die beter zijn dan de Vastgoedobjecten die Zilver Wonen Beheer aankoopt voor RWO. Of RWO uiteindelijk in staat zal zijn om de Obligatielening af te lossen hangt in grote mate af van de uiteindelijke verkoop van de Vastgoedobjecten en de financiële middelen die daarmee daadwerkelijk worden gerealiseerd. Het risico bestaat dat op het moment van verkoop van de Vastgoedobjecten het onroerend goed onvoldoende voor RWO opbrengt om aan haar betalingsverplichtingen tegenover de Obligatiehouders onder de Obligatielening te voldoen.

Risico van afhankelijkheid Zilver Wonen Beheer

RWO is voor wat betreft de daadwerkelijke uitvoering van haar werkzaamheden in zeer grote mate afhankelijk van Zilver Wonen Beheer, aangezien RWO onder de Beheerovereenkomst vrijwel al haar werkzaamheden heeft uitbesteed aan Zilver Wonen Beheer. Ondanks dat Zilver Wonen Beheer enig Aandeelhouder is van RWO en dat zij veelal dezelfde belangen zullen hebben, kunnen zich in de toekomst desalniettemin op het niveau van Zilver Wonen Beheer negatieve gebeurtenissen voordoen die de continuïteit van haar onderneming kunnen raken. Indien een dergelijke situatie zich manifesteer, zal dit op directe wijze de positie van RWO raken en brengt dat (mogelijk) eveneens, al dan niet tijdelijk dan wel op termijn, de continuïteit van RWO in gevaar. Indien RWO dit niet op een andere wijze kan ondervangen en niet op andere wijze uitvoering kan geven aan de beheerwerkzaamheden, heeft dit - al dan niet op termijn - negatieve financiële consequenties voor RWO en de continuïteit van haar onderneming. Het intreden van een dergelijke situatie kan de financiële positie van RWO in negatieve zin beïnvloeden en kan ertoe leiden dat er minder dan wel onvoldoende  financiële middelen beschikbaar zijn om de verplichtingen tegenover de Obligatiehouders (waaronder begrepen die uit hoofde van Hoofdsom en Rente) onder de Obligatielening te voldoen.

Debiteurenrisico

Het kan voorkomen dat debiteuren (waaronder met name begrepen de Huurders) van RWO hun financiële verplichtingen tegenover RWO niet, dan wel niet juist of niet volledig nakomen, waardoor de opbrengsten van RWO minder zullen zijn dan verwacht. Zoals elke onderneming loopt ook RWO het risico dat een tegenpartij in een situatie kan komen te verkeren dat zij niet (volledig) aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Dit risico kan onder andere bestaan wanneer sprake is van een insolvabele tegenpartij.  Niet (volledige) nakoming of niet juist nakomen door tegenpartijen van hun financiële verplichtingen tegenover RWO raakt de financiële positie van RWO, kan er mogelijk toe leiden dat RWO niet aan haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) tegenover de Obligatiehouders onder de Obligatielening kan voldoen.

Leegstandsrisico

In voorkomende gevallen zal RWO mogelijk tijdelijk of voor langere tijd niet in staat zijn de Vastgoedobjecten te verhuren. Dit kan worden veroorzaakt door marktomstandigheden of andere factoren waar RWO geen invloed op heeft, bijvoorbeeld dat zij geen (of te weinig) geschikte Huurders kan vinden. Aangezien RWO haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) tegenover de Obligatiehouders zal voldoen uit de middelen die worden gegenereerd met de verhuur van de Vastgoedobjecten, kan een leegstand tot gevolg hebben dat RWO wordt beperkt in haar mogelijkheid tot het nakomen van deze betalingsverplichtingen.

Risico van verkopen verhuurde Vastgoedobjecten

In voorkomende gevallen zal RWO mogelijk Vastgoedobjecten verkopen die op het moment van aankoop en verwerving al zijn verhuurd. De marktwaarde van het Vastgoedobject in verhuurde staat is doorgaans lager aangezien het Vastgoedobject ‘met de huurders erbij’ wordt verkocht. RWO loopt in een dergelijk geval het risico dat zij een lagere koopprijs ontvangt voor het Vastgoedobject dan van tevoren geprognosticeerd en kan deze verkoopprijs lager liggen dan de oorspronkelijke aankoopprijs. Dit raakt haar financiële positie en kan tot gevolg hebben dat RWO wordt beperkt in het nakomen van haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) tegenover de Obligatiehouders onder de Obligatielening.

Spreidingsrisico

In een voorkomend geval zullen veel van de door RWO aan te kopen Vastgoedobjecten gelegen zijn in een bepaalde regio of een bepaalde (vastgoed)sector. Hierdoor kan het zijn dat er geen of onvoldoende sprake is van spreiding van de vastgoedportefeuille van RWO. Indien er zich (markt)omstandigheden voordoen die buiten de invloedssfeer van RWO liggen, kan het gebrek aan spreiding van de vastgoedportefeuille een onevenredig grote invloed hebben op bijvoorbeeld de waarde van de Vastgoedobjecten et cetera. Dit kan negatieve consequenties hebben voor de financiële positie van RWO en tot gevolg hebben dat RWO wordt beperkt in het nakomen van haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) tegenover de Obligatiehouders onder de Obligatielening.

Onderhoudsrisico

De Vastgoedobjecten zullen doorlopend worden onderhouden, zodat de waarde daarvan wordt behouden. RWO heeft inschattingen gemaakt voor het onderhoud van de Vastgoedobjecten en hiermee in haar financiële prognoses rekening gehouden. Het kan door een fout in de prognoses (verkeerde veronderstellingen) of door omstandigheden die buiten de invloedssfeer van RWO liggen, bijvoorbeeld exponentieel stijgende onderhoudskosten, voorkomen dat de kosten voor onderhoud van de Vastgoedobjecten veel hoger uitvallen dan geraamd. Dit raakt de financiële positie van RWO in negatieve zin en dit kan tot gevolg hebben dat RWO wordt beperkt in het nakomen van haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) tegenover de Obligatiehouders onder de Obligatielening.

Milieurisico

Inzake milieurisico’s zoals ondergrondse tanks, bodemverontreiniging en asbest worden in de koopovereenkomst bepalingen opgenomen waarbij de verkoper verklaart of er wel/geen asbesthoudende materialen/ondergrondse tanks/bodemverontreinigingen aanwezig zijn. Op deze verklaringen zal RWO bij de koop van een Vastgoedobject vertrouwen en dit laten meewegen in de uiteindelijke koopprijs die zij voor het Vastgoedobject betaalt. Indien achter blijkt dat deze verklaringen niet (geheel) juist waren, kan RWO worden geconfronteerd met kosten (bijvoorbeeld kosten in verband met verwijderen asbest) waarmee zij op voorhand geen rekening heeft gehouden dan wel kan worden vastgesteld dat zij een te hoge aankoopprijs voor het Vastgoedobject heeft betaald. Dit heeft negatieve gevolgen voor de financiële positie van RWO en kan tot gevolg hebben dat RWO wordt beperkt in het nakomen van haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) tegenover de Obligatiehouders onder de Obligatielening.

Concurrentierisico

De markt voor residentieel vastgoed is omvangrijk en kent een aantal andere grote spelers op de Nederlandse – maar ook lokale - markt die als directe concurrenten van RWO kunnen worden gezien. Het risico bestaat dat deze concurrenten op enig moment succesvoller zijn, bijvoorbeeld in de verwerving van kwalitatief goede objecten die RWO vervolgens niet meer kan verwerven waarop zij ‘genoegen moet nemen’ met minder populaire Vastgoedobjecten, die bijvoorbeeld ook minder courant zijn als het om verhuur gaat. Het intreden van een dergelijke situatie zou, al dan niet op langere termijn gevolgen kunnen hebben voor de financiële resultaten van de onderneming van RWO waardoor zij wordt beperkt om aan haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) tegenover de Obligatiehouders te voldoen.

Faillissementsrisico

Voor Obligatiehouders bestaat het risico van faillissement en/of surséance van betaling van RWO. Indien dit zich zou voordoen, verwezenlijkt zich het rentebetalings- en aflossingsrisico (zoals eerder in dit Hoofdstuk is beschreven).

Het risico van de afhankelijkheid van haar bestuursleden

Feitelijk is het functioneren en opereren van RWO afhankelijk van de specifieke kennis en ervaring van één of meer van haar (indirecte) Bestuurders. Het wegvallen van één of meer van deze bestuursleden zou kunnen betekenen dat die specifieke kennis en ervaring verloren gaat. Dit kan op de korte dan wel de langere termijn een negatief effect hebben op de bedrijfsvoering en daarmee de financiële resultaten van RWO. Dit zou tot gevolg kunnen hebben dat RWO wordt beperkt in het nakomen van haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) tegenover de Obligatiehouders.

Kostenrisico

Het risico bestaat dat de kosten voor RWO met betrekking tot met name de Vastgoedobjecten in werkelijkheid hoger zullen uitvallen dan van tevoren geprognosticeerd. Daarnaast bestaat het risico dat RWO genoodzaakt zal zijn kosten te maken die niet zijn voorzien in de financiële prognoses die zij heeft opgesteld. Het daadwerkelijk hoger uitvallen van de (niet-)geprognosticeerde kostenstructuur heeft negatieve gevolgen voor de financiële positie van RWO en kan, al dan niet op lange termijn, ertoe leiden dat RWO wordt beperkt in het nakomen van haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) tegenover de Obligatiehouders.

Liquiditeitsrisico

RWO is verantwoordelijk voor de verplichtingen tegenover de Obligatiehouders onder de Obligatielening, die voornamelijk bestaan uit de betaling van de aflossing van de Hoofdsom van en Rente op de Obligaties. Deze betalingen zullen worden voldaan uit de financiële middelen die voortvloeien uit de Huurovereenkomsten (zijnde de te ontvangen huurpenningen) en eventuele opbrengsten die worden gegenereerd met de verkoop van Vastgoedobjecten. Het kan op enig moment voorkomen dat bij een plotse stijging van de kosten RWO te weinig liquide middelen tot haar beschikking heeft om aan haar betalingsverplichtingen tegenover de Obligatiehouders onder de Obligatielening te voldoen. Het grootste deel van de kosten van RWO bestaan uit de rentekosten onder de Obligatielening. Deze rentekosten maken meer dan 70% uit van de totale kosten. Verder bestaat een voornaam deel van de overige bedrijfskosten uit onderhoudskosten voor Vastgoedobjecten en fondskosten. Een afwijking van de voornoemde kostenstructuur kan, al dan niet op termijn, resulteren in een mogelijk liquiditeitstekort van RWO, waardoor zij alsdan mogelijk niet in staat zal zijn om aan haar betalingsverplichtingen tegenover de Obligatiehouders te voldoen.

Reputatierisico

RWO kan door één of meer omstandigheden die buiten haar invloedssfeer liggen negatief in het nieuws komen. Dit kan bijvoorbeeld ertoe leiden dat RWO niet of beperkt in staat is Vastgoedobjecten te verwerven en dat zij in haar naam en reputatie wordt aangetast. Dit kan weer gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering van RWO en mogelijk haar financiële positie in negatieve zin beïnvloeden. Indien dit risico zich manifesteert, kan dit ertoe leiden dat RWO wordt beperkt in het nakomen van haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) tegenover de Obligatiehouders.

Dividendrisico

RWO is gerechtigd eventuele winst (bijvoorbeeld in de vorm van dividend) uit te keren aan haar Aandeelhouder. Een mogelijke uitkering van dividend door RWO aan haar Aandeelhouder heeft gevolgen voor de liquiditeitspositie van RWO en zorgt ervoor dat de vrij besteedbare liquide middelen afnemen. Dit kan ertoe leiden – al dan niet in combinatie met het manifesteren van één of meer andere in dit Hoofdstuk beschreven risico’s – dat RWO  in haar mogelijkheden wordt beperkt om aan haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) tegenover de Obligatiehouders te voldoen.

 

7.3 Overige risico’s

Fiscaal risico

Door het meerjarige karakter van de belegging is de invloed van de belastingheffing op RWO en op het rendement van de Obligaties onzeker. RW kan worden geconfronteerd met een wetswijziging, nieuwe regelgeving of politieke besluitvorming die financieel ongunstig voor de Obligatiehouders kan uitvallen. De fiscale behandeling van een Obligatie of een Obligatiehouder kan in de loop der jaren door wijziging van Nederlandse wetgeving dan wel nieuwe jurisprudentie negatief worden beïnvloed.

De fiscale positie van RWO, waaronder die van de Obligatiehouders, is niet vooraf afgestemd met de Belastingdienst. Indien de Belastingdienst de gepresenteerde uitgangspunten niet volgt, kan dat leiden tot een negatieve invloed op de bedrijfsresultaten van RWO, wat weer ertoe kan leiden dat RWO wordt beperkt in het nakomen van haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) tegenover de Obligatiehouders.

Algemene juridische risico’s

RWO loopt risico’s wanneer tegen haar een rechtszaak aangespannen wordt. Ongeacht of dergelijke vorderingen ontvankelijk zijn, loopt RWO de kans om financiële schade te lijden nu de uitkomst van gerechtelijke procedures veelal onzeker is. De verdediging in een dergelijke procedure is kostbaar en deze kosten kunnen vaak slechts ten dele op de wederpartij verhaald worden, zelfs wanneer RWO in een gerechtelijke procedure in het gelijk wordt gesteld. Het intreden van dit risico kan de financiële positie van RWO in negatieve zin raken, wat ertoe kan leiden dat RWO wordt beperkt in het nakomen van haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) tegenover de Obligatiehouders.

Politiek

Een onzekere factor is de invloed van de politiek. Onder politieke risico’s worden verstaan risico’s met betrekking tot stabiliteit en legitimiteit van politieke instituten, ordelijke opvolging van de politieke leiders, transparantie bij de economische besluitvorming, nationale veiligheid en geopolitieke risico’s. Genoemde risico’s kunnen een negatieve invloed hebben op de financiële positie van RWO. Dit kan ertoe leiden dat RWO wordt beperkt in het nakomen van haar betalingsverplichtingen (inclusief Hoofdsom en Rente) tegenover de Obligatiehouders.

 

7.4 Factoren die van wezenlijk belang zijn om het aan de Obligaties verbonden marktrisico in te schatten

De Obligaties zijn niet voor alle beleggers een geschikte investering. Iedere potentiële belegger in de Obligaties moet de geschiktheid van die investering vaststellen in het licht van zijn eigen omstandigheden. Meer in het bijzonder dient iedere potentiële belegger onder meer:

  • voldoende kennis en ervaring van beleggen in obligaties en de markt van (residentieel) vastgoed om de Obligaties, de voor- en nadelen van het investeren in de Obligaties en de informatie die (door middel van verwijzing) is opgenomen in dit Prospectus, de Obligatievoorwaarden en Trustakte op waarde te kunnen beoordelen;
  • over voldoende kennis en ervaring te beschikken om, in context van zijn eigen financiële situatie, een belegging in de Obligaties te kunnen beoordelen, evenals de invloed hiervan op zijn totale beleggingsportefeuille;
  • over voldoende financiële middelen te beschikken om alle risico’s te dragen die gepaard gaan met een belegging in de Obligaties, waaronder begrepen de gevolgen van het intreden van risico’s verband houdende met zijn belegging, waarbij deze – in het ergste geval – zijn inleg en opvorderbaar, maar niet uitgekeerd, rendement volledig kan kwijtraken;
  • de voorwaarden bij de Obligaties volledig te begrijpen; en
  • in staat zijn om (zelfstandig of met behulp van een financieel adviseur) mogelijke scenario’s vast te stellen in relatie tot economische en andere factoren die de belegging kunnen beïnvloeden, alsmede het vermogen om daarmee verband houdende risico’s te dragen.
Sheldon Invest maakt gebruik van cookies ter verbetering van uw gebruiksgemak. Meer informatie Accepteer cookies